Oosterscheldekering, Jurgen Huiskens

 

Bepaal de juiste immigratieprocedure:

Immigratieprocedures gaan over toegang en legaal verblijf; dus of uw gast de grens over mag naar Nederland en vervolgens of hij tijdens het verblijf in Nederland legaal verblijf heeft. Afhankelijk van zijn nationaliteit heeft uw gast een inreisvisum en/of verblijfsvergunning nodig. Na aankomst heeft hij doorgaans ook wat formaliteiten af te handelen. Welke procedure van toepassing is, is in de eerste plaats afhankelijk van zijn nationaliteit en verblijfsduur.

Bepaal aan de hand van iemands nationaliteit, verblijfsduur en verblijfsdoel welke procedures van toepassing zijn.

Twee tools om u hierbij te helpen:

  1. Immigratieprocedures per nationaliteit (217.16 KB)
  2. Visawizard (link naar Engelse informatie voor onderzoekers)

 

EU/EER onderdanen en Zwitsers

Gasten uit EU-/EER-landen en Zwitserland mogen zich vrij vestigen in Nederland en hebben dus geen inreisvisum of verblijfsvergunning nodig (vrij verkeer van personen). Zij hebben ook vrije toegang tot de arbeidsmarkt (vrij verkeer van werknemers). U hoeft geen tewerkstellingsvergunning aan te vragen. Toch hebben ook deze gasten te maken met een aantal formaliteiten. Zie het overzicht hieronder.

Procedures die gelden voor EU-/EER- en Zwitserse onderdanen, en voor Kroaten vanaf 1 juli 2018

  • Verblijf korter dan 4 maanden:
    • Uw gast hoeft niets te doen. Inschrijven bij de IND is niet nodig.
  • Verblijf langer dan 4 maanden:
    • Uw gast moet zich inschrijven bij de gemeente waar hij woont. Hiermee verkrijgt uw gast ook automatisch een BSN.

Voor meer informatie kunt terecht op de website van de Rijksoverheid.

Procedures die gelden voor Kroatische onderdanen tot 1 juli 2018

  • Verblijf korter dan 4 maanden:
    • Uw gast hoeft niets te doen.
  • Verblijf langer dan 4 maanden:
    • Uw gast moet zich inschrijven bij de gemeente waar hij woont. Hiermee verkrijgt uw gast ook automatisch een BSN.
    • Uw gast mag daarnaast ook een aanvraag om toetsing aan het EU-gemeenschapsrecht indienen bij de IND.

Kroatische onderdanen kunnen toetsing aan het EU gemeenschapsrecht vragen. Ook familie- of gezinsleden van EU-/EER- of Zwitserse onderdanen die zelf niet de nationaliteit van een EU/-EER-land of Zwitserland hebben, kunnen een bewijs van rechtmatig verblijf aanvragen bij de IND. Dit heet een ‘aanvraag om toetsing aan het EU-gemeenschapsrecht’.

Is deze aanvraag verplicht?

Voor Kroaten is dit niet verplicht. Het kan echter wel handig zijn. Bij het aanvragen van huurtoeslag, het aangaan van een ziektekostenverzekering of het afsluiten van een hypotheek zou hierom gevraagd kunnen worden.

Voor familie- of gezinsleden van EU-/EER- of Zwitserse onderdanen die zelf niet de nationaliteit van een EU/-EER-land of Zwitserland hebben, geldt de verplichting wel.

Waar en wanneer dient uw gast de aanvraag in?

De betrokkene dient de aanvraag in persoon in bij een van de regionale IND-loketten. Voor het indienen van de aanvraag moet een afspraak (088 043 04 30 ) worden gemaakt.

Wat heeft uw gast nodig?

Uw gast kan het aanvraagformulier downloaden op de website van de IND. Dit formulier moet hij van tevoren invullen en meenemen naar de afspraak. Uw gast moet verder nog een aantal documenten meenemen:

  • Documenten waarmee het verblijfsdoel wordt aangetoond, bijvoorbeeld een werkgeversverklaring. Een modelverklaring maakt deel uit van het inschrijfformulier dat uw gast ontvangt van de IND.
  • Bewijs dat hij over voldoende financiële middelen beschikt. Dit blijkt doorgaans ook uit de werkgeversverklaring.
  • Bewijs van ziektekostenverzekering.
  • Paspoort of identiteitsbewijs.

Hoe ziet het bewijs van rechtmatig verblijf eruit?

Als bewijs van de aanvraag krijgt de vreemdeling een sticker in het paspoort geplakt. Als zijn aanvraag wordt goedgekeurd, krijgt hij een verblijfsdocument. Uw gast ontvangt dan een uitnodiging om het pasje op te komen halen bij het regionale IND-loket.

 

 

 

Kort verblijf:

Een kort verblijf wordt gedefinieerd als een verblijf van maximaal 90 dagen. Let op: 3 maanden is doorgaans langer dan 90 dagen. Afhankelijk van de nationaliteit van uw gast moet er een inreisvisum worden aangevraagd. Voor een kort verblijf heet een inreisvisum een Schengenvisum of Visum Kort Verblijf (VKV). Voor een langer verblijf heet een inreisvisum een MVV (Machtiging tot Voorlopig Verblijf). 

Vrije termijn

Personen die op basis van hun nationaliteit geen VKV hoeven aan te vragen, mogen maximaal 90 dagen binnen 180 dagen in Nederland verblijven zonder visum. Dit wordt 'verblijf in de vrije termijn' genoemd. Deze groep moet wel in het bezit zijn van een geldig paspoort of ander geldig grensonverschrijdingsdocument.

Schengenvisum / Visum Kort verblijf (VKV)

Een Schengenvisum is een sticker in het paspoort, wat doorgaans toegang geeft tot de gehele Schengenregio voor een maximale termijn van 90 dagen binnen 180 dagen. Het visum wordt in beginsel aangevraagd op de Nederlandse post in het land van bestendig verblijf. Het Schengenvisum is een Europees product dat wordt geregeld in Europese regelgeving. In sommige gevallen kan een zogenaamd 'territoriaal beperkt' visum worden afgegeven dat alleen voor een enkel land geldig is, maar dat is uitzonderlijk.

 

 

Deze sticker is een VKV, indien bij ‘type visum’ de letter C vermeld staat

Bron: verkregen van Vreemdelingenpolitie Haaglanden

Maximale duur - 90 in 180 dagen regel

De maximale duur van een visum alsook van de vrije termijn is 90 dagen binnen 180 dagen. Dit betekent dat iemand die 90 dagen in het Schengengebied is geweest, pas weer terug mag komen nadat hij 90 dagen buiten het gebied is geweest.Als iemand de 90 dagen periode niet in een onafgebroken termijn opneemt, maar in kortere perioden, dan moet je kijken of de persoon terugkijkend per dag voldoet aan de 90 binnen 180 dagen regel én vooruitkijkend dat iemand zal voldoen aan deze regel.

  1. Een Chinees wil in maart en april in Nederland komen én in juli en augustus. Dat zijn in totaal 61 plus 62 dagen = 123 dagen. Daarmee wordt de 90 dagen termijn overschreden. Dit kan niet.
  2. Een Vietnamees wil steeds een maand in NL en een maand buiten Schengen verblijven vanaf 1 september tot eind juli het jaar erop. September is 30 dagen. November is 30 dagen. Januari is 31 dagen. Maart is 31 dagen. Mei is 31 dagen. Juli is 31 dagen. Op elk moment in het jaar moet je 180 dagen terug kunnen kijken en voldoen aan de 90 binnen die 180 dagen. Dat kan alleen als de Vietnamees maximaal 30 dagen per keer in Schengen is bijvoorbeeld. Of om de drie maanden een paar dagen korter komt.
  3. Een Ghanese wil vanaf 1 april 2 maanden in Nederland gastcolleges komen geven. Dat past prima binnen de 90 dagen. Echter zij heeft in Frankrijk 5 weken verblijf gehad in januari en februari voorafgaand aan de 1 april. Dan moeten de dagen in Frankrijk (een ander Schengenland) opgeteld worden bij de dagen die zij in NL zal verblijven. Het totaal mag niet boven de 90 uitkomen over een periode van 180 dagen. Daar komt zij nu wel overheen. Ze zal eerder moeten vertrekken dan eind mei.
 

Het Schengenvisum is van de datum van afgifte in principe 6 maanden geldig. Het verblijf in het Schengengebied moet binnen deze 6 maanden plaatsvinden. De terugreis mag dus niet na de uiterste geldigheidsdatum plaats vinden.

De Europese Commissie heeft een calculator ontwikkeld om na te gaan of iemand's verblijf nog binnen de 180 dagen valt.

Lees meer over het Schengenvisum

Na aankomst

Voorheen moest uw gast zich binnen 3 dagen na aankomst melden bij de Vreemdelingenpolitie. Dit was verplicht voor alle vreemdelingen die niet de nationaliteit hebben van een EU-/EER-land of Zwitserland. Per 1 januari 2014 is deze meldingsplicht vervallen.

Uw gast wil toch langer dan 90 dagen blijven

In beginsel geldt dat uw gast dan met een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) had moeten inreizen. Iemand die met een Schengenvisum/ Visum Kort Verblijf is ingereisd, kan namelijk nooit een verblijfsvergunning aanvragen. Uw gast moet in dit geval terug naar zijn land van herkomst om een MVV aan te vragen.

Bekijk de informatie over de machtiging tot voorlopig verblijf onder 'Lang verblijf' voor meer informatie.

In bepaalde situaties kan het mogelijk zijn om een Schengenvisum met enkele weken te verlengen. Bekijk voor meer informatie de website van de IND.

Tewerkstellingsvergunning (TWV)

Voor gasten die in de academische wereld komen werken, hoeft u in de meeste gevallen geen TWV aan te vragen. Waarschijnlijk komt uw gast in aanmerking voor een verblijfsdoel waarbij hij mag werken zonder TWV. Zo niet dan moet u een TWV aanvragen.

Lees meer informatie over de voorwaarden en aanvraagprocedure van een TWV.

Let op: stage wordt ook gezien als arbeid. Het is dan ook noodzakelijk om na te gaan of een TWV voor stage verplicht is, of dat er kan worden volstaan met de BUWAV stageovereenkomst.

 

Lang verblijf:

In het Vreemdelingenrecht wordt met lang verblijf een verblijf bedoelt langer dan 90 dagen. Bij een lang verblijf is het Nederlandse recht van toepassing. Welke procedure van toepassing op uw gast is afhankelijk van zijn of haar nationaliteit en wat de persoon komt doen in Nederland. De nationaliteit bepaald welke procedure doorgelopen moet worden, en de werkzaamheden bepalen voor welk verblijfsdoel er een (eventuele) verblijfsvergunning moet worden aangevraagd.

Per 23 mei 2018 treedt EU-richtlijn 2016/801 in werking, waarmee het EU-richtlijn 2005/71 vervangt. In onderstaande tekst is de situatie opgenomen die van toepassing is vanaf 23 mei 2018.

  • Wijzigingen die u moet weten 
    • Als de richtlijn van toepassing is op de internationale gast, dan MOET deze richtlijn worden gebruikt. U mag dan niet langer van een andere verblijfsvergunning gebruik maken zoals de kennismigrantenregeling of arbeid in loondienst.
    • Voor intra-EU mobiliteit is een Europees raamwerk neergelegd, dat deze mobiliteit dient te versoepelen.  
    • Iedere onderzoeker die een vergunning heeft gehad, maakt vervolgens recht op een zoekjaar vergunning in opvolging van zijn verblijfsvergunning gerelateerd aan onderzoek.

Doel van de richtlijn 2016/801: het regelt de toelating van wetenschappelijk onderzoekers die niet afkomstig zijn uit de EU, de EER of Zwitserland bij een verblijf langer dan 90 dagen. In Nederland is deze richtlijn vertaald in de verblijfsvergunning onderzoeker in de zin van richtlijn EU/2016/801.

Verblijfsdoel omschrijving op pasje: “Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801” (onderzoekersmobiliteit)

Erkend referent - Om gebruik te maken van deze procedure moet uw instelling bekend zijn als erkend referent bij de IND voor dit specifieke verblijfsdoel. Meer informatie over erkend referentschap staat onder het tabje ‘erkend referent’.

Definitie onderzoeker volgens de richtlijn: "een derdelander die een doctorsgraad heeft of een passend diploma van het hoger onderwijs dat deze derdelander toegang geeft tot doctoraatsprogramma's en die door een onderzoeksinstelling is geselecteerd en tot het grondgebied van een lidstaat is toegelaten om een onderzoeksproject uit te voeren waarvoor die graad of dat diploma doorgaans vereist zijn"

Van belang is dat uw gast hoofdzakelijk onderzoek komt uitvoeren. Dit betekent dat ten minste 50 procent van de tijd aan onderzoekswerkzaamheden besteed moet worden. De onderzoeker is vrij om ook ander werk te doen wat niet direct met onderzoek te maken heeft. Dit werk kan bestaan uit lesgeven, maar de onderzoeker mag bijvoorbeeld ook gaan werken in de horeca. Hier is de onderzoeker vrij in, zo lang ten minste 50 procent van de tijd van de betrekking bij u wordt besteed aan onderzoekswerkzaamheden.

Doelgroep - U ontvangt mogelijk drie typen onderzoekers in dit kader:

  1. Nieuwe onderzoekers - De non EU/EER-onderzoeker die van buiten de EU naar uw instelling komt. U vraagt een gewone verblijfsvergunning aan voor onderzoeker in de zin van richtlijn EU/2016/801. U bent erkend referent voor deze onderzoeker.
  2. Korte Termijn Mobiliteit - De non EU/EER-onderzoeker die een verblijfsvergunning heeft bij een andere EU lidstaat voor onderzoek en voor maximaal 180 dagen naar uw instelling komt om te werken aan hetzelfde onderzoek. U meldt deze onderzoeker aan bij de IND. Als de IND binnen 30 dagen geen bezwaar heeft gemaakt, mag de onderzoeker blijven gedurende de korte termijn mobiliteitsduur. U bent geen erkend referent voor deze onderzoeker. U hoeft geen dossier te bewaren, maar u dient wel deze onderzoeker op basis van dezelfde voorwaarden als een VVR-houder te toetsen (op paspoort, gastovereenkomst, financiele middelen, antecedentenverklaring, diploma) - deze documenten kan de IND opvragen, u kunt ze dan weer opvragen bij de onderzoeker.
  3. Lange Termijn Mobiliteit – De non EU/EER-onderzoeker die een verblijfsvergunning heeft bij een andere EU lidstaat voor onderzoek en voor langer dan 180 dagen naar uw instelling komt om te werken aan hetzelfde onderzoek. U vraagt een verblijfsvergunning aan en u bent erkend referent voor deze onderzoeker. U geeft ook aan op het aanvraagformulier dat er sprake is van LTM.
 

Intra-EU mobiliteit

Er zijn een aantal regels die de intra-EU mobiliteit makkelijker maken. De nieuwe richtlijn doet haar duit in het zakje. Alle regels bij elkaar levert dit overzicht op:

  • Geen MVV plicht bij een aanvraag voor een buitenlander met een geldige VVR uit een ander Schengenland.
  • Vrij reizen naar Schengenlanden. Dat mag zolang de 90 dagen binnen 180 dagen wordt gerespecteerd. Op elk gegeven moment mag iemand niet meer dan 90 dagen binnen 180 dagen in andere Schengenlanden verblijven.
  • Inkomende KTM - Iemand die een verblijfsvergunning als onderzoeker heeft bij een ander EU-land, waar de richtlijn 2016/801 van toepassing is, mag tot 180 dagen in NL verblijven zonder dat een verblijfsvergunning aangevraagd hoeft te worden. Deze Korte Termijn Mobiliteit (KTM) moet wel bekend gemaakt worden bij de IND. De erkend referent is geen erkend referent over deze onderzoeker. Er zijn geen kosten verbonden aan het melden van deze onderzoeker aan de IND. De IND kan tot 30 dagen na aanvraag bezwaar maken. Als dat gebeurt moet de onderzoeker terugkeren naar het eerste VVR land. Na afloop van deze 30 dagen termijn, of bij ontvangst van bevestiging dat onderzoeker mag blijven, heeft de onderzoeker dezelfde arbeidsmarktrechten als een houder van een verblijfsvergunning 2016/801. Als het wenselijk is, kan de onderzoeker een sticker halen bij de IND, om aan te tonen dat er sprake is van legaal verblijf.
  • Uitgaande KTM – de onderzoeker met verblijfsvergunning aan uw instelling kan tot 180 dagen naar een ander EU land waar de richtlijn van toepassing is, er hoeft geen verblijfsvergunning aangevraagd te worden in dat andere land. Wel kan een andere procedure van toepassing zijn. Het is belangrijk dat u 30 dagen voorafgaand aan de mobiliteit deze doorgeeft aan de IND. Een voordeel hiervan is dat de IND ervoor zorgt dat de BRP-code verandert van deze persoon, zodat er geen problemen optreden bij een langer verblijf in het buitenland. De verblijfsvergunning in NL blijft gewoon geldig.
  • Inkomende LTM – iemand die een verblijfsvergunning als onderzoeker heeft bij een ander EU-land, waar de richtlijn 2016/801 van toepassing is, kan naar NL komen voor een verblijf langer dan 180 dagen. In dat geval is er sprake van Lange Termijn Mobiliteit (LTM). U vraagt gewoon een verblijfsvergunning aan voor deze persoon, maar geeft op het aanvraagformulier aan dat er sprake is van LTM. Nu kan de IND de gegevens over de gebruikmakers van deze mobiliteit doorsturen naar de EC (verplichting) én blijft de verblijfsvergunning van de onderzoeker in het eerste land geldig tijdens het verblijf in Nederland. Tijdens het verblijf in Nederland bent u ‘gewoon’ erkend referent voor deze onderzoeker.
  • Uitgaande LTM – de onderzoeker met verblijfsvergunning aan uw instelling kan langer dan 180 dagen naar een ander EU land waar de richtlijn van toepassing is. Zolang er aan hetzelfde onderzoek wordt gewerkt gelden ook hier versoepelde regels. Per land kan gekozen zijn of er een procedure van toepassing is en hoe die eruit ziet. Er zijn wel eisen gesteld aan het aantal documenten en gegevens dat er gevraagd mag worden. Ook hier is het belangrijk dat u 30 dagen voorafgaand aan de mobiliteit deze doorgeeft aan de IND. Een voordeel hiervan is dat de IND ervoor zorgt dat de BRP-code verandert van deze persoon, zodat er geen problemen optreden bij een langer verblijf in het buitenland. De verblijfsvergunning in NL blijft gewoon geldig.

IND input

Er zijn nog een aantal vragen omtrent de uitvoering van de nieuwe richtlijn. Hieronder proberen we de laatste gegeven te plaatsen, zodat u die kunt raadplegen.

De IND heeft FAQ rondgestuurd. Deze kunt u hier downloaden. FAQ IND over richtlijn 2016 801 betreft onderzoek en studie 11 mei 2018 (160.1 KB) Binnenkort komt een aangepaste versie, die zullen we plaatsen.

De richtlijn is ook voor de overheid complex om goed te implementeren. Het is waarschijnlijk dat er op sommige punten wijzigingen zullen plaatsvinden. Deze wijzigingen zullen hier chronologisch worden toegevoegd. Input die is vervangen, verscherpt of veranderd, zal in het lijstje staan met een streep erdoorheen.

  • De ontvangst én uitzending van onderzoekers naar EU-landen die niet tijdig de richtlijn hebben geimplementeerd, moet gebeuren volgens de oude procedure. Daarmee is het vergelijkbaar met landen die niet onder richtlijn vallen. (18-05-2018)
  • De ontvangst van onderzoekers naar EU landen die nog niet de richtlijn hebben geimplementeerd, gebeurt volgens de procedures aan Nederlandse zijde als ware ze de richtlijn wel hebben geimplementeerd. Hierover is op 19-06-2018 een bericht uitgestuurd door de IND. Let op dat dit regime alleen van toepassing is bij landen uit de EU, niet zijnde Ierland, Groot Brittanië en Denemarken.
  • Bij het verstrekken van de KTM geeft de IND altijd de volle 180 dagen. (18-05-2018)
  • De termijn voor inkomende en uitgaande LTM wordt aangepast. De bovengrens van 360 dagen wordt losgelaten. Dus zolang er een geldige VVR is in een richtlijnland, en het onderzoek in het andere land deel uitmaakt van het onderzoek in het eerste land, dan valt de mobiliteit onder LTM bij een verblijf langer dan 180 dagen. (18-05-2018)
  • Bij inkomende LTM zal er een ander VVR-pasje worden verstrekt. Op dit pasje zal onderzoekersmobiliteit vermeld staan. (18-05-2018)
  • Erkend referenten mogen niet de aanvraagprocedures doen van gezinsleden bij een inkomende KTM onderzoeker, dat zal de onderzoeker zelf moeten regelen. (18-05-2018)
  • U dient altijd een diploma of PhD bewijs in uw dossier te hebben, dat is niet veranderd. (18-05-2018)
  • Alleen als de onderzoeker zelf een KTM aanvraag indient moet er bewijs van een ziektekostenverzekering meegeleverd worden, dat is niet van toepassing bij de aanvraag via een erkend referent. (18-05-2018)
  • In de FAQ staat per abuis dat een onderzoeker pas werkzaamheden mag uitvoeren als de IND de KTM heeft goedgekeurd. Dat is niet het geval. De onderzoeker mag in het kader van KTM vanaf dag 1 werkzaamheden uitvoeren. (18-05-2018)
  • Verblijfsduur langetermijnmobiliteit onderzoekers langer dan 360 dagen - In plaats van maximaal 360 dagen kan een onderzoeker ook langer dan 360 dagen gebruik maken van langetermijnmobiliteit, mits aan alle voorwaarden wordt voldaan. De verblijfsvergunning in de eerste lidstaat moet dan ook voor die duur geldig zijn of tijdig door de onderzoeker worden verlengd. (25-05-2018)
  • Erkende referent en gezinsleden onderzoekers langetermijnmobiliteit - In tegenstelling tot eerdere berichten mag de erkende referent voor de gezinsleden van onderzoekers langetermijnmobiliteit wél optreden als gemachtigde en voor hen de aanvraag indienen, mits vanzelfsprekend de onderzoeker zich referent stelt. (25-05-2018)

Download de gehele richtlijn.

Verblijfsduur en -aantekening

De VVR wordt verleend voor de duur van het onderzoek zoals omschreven in de gastovereenkomst met een maximum van vijf jaar. Op het verblijfspasje van uw gast komt de volgende aantekening te staan: ‘Verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2016/801/EU. TWV niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan’.

Kosten

Een overzicht van de leges kunt u vinden op de IND website.

Gezinsleden

Onderzoekers die onder de EU-richtlijn vallen mogen hun gezinsleden mee naar Nederland nemen als aan de algemene voorwaarden voor verblijf in het kader van gezinshereniging wordt voldaan (zoals het aantonen van de gezinsband en het beschikken over voldoende middelen van bestaan). Afhankelijk van de nationaliteit van de gezinsleden moeten zij ook in het bezit zijn van een MVV voordat zij Nederland in kunnen reizen.

Als de gezinsleden tegelijkertijd met de onderzoeker meereizen, kan de werkgever de aanvraag voor de gezinsleden tegelijkertijd indienen met de aanvraag van de onderzoeker. Indien de gezinsleden op een later moment de onderzoeker achterna reizen, kan de aanvraag later worden ingediend.

MVV-plichtige gezinsleden die al door een andere EU-lidstaat in het bezit zijn gesteld van een geldige verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging bij een onderzoeker die onder de EU-richtlijn valt, mogen zonder MVV Nederland inreizen. Blijven zij langer dan drie maanden in Nederland om bij hun echtgenoot/partner/vader te zijn, dan moet er wel een verblijfsvergunning worden aangevraagd.

Op het verblijfspasje van de gezinsleden komt de volgende arbeidsmarktaantekening te staan: ‘Verblijf bij (naam onderzoeker). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. Daarmee zijn ze vrij om elke vorm van economische activiteit op te pakken in Nederland.

 

More information

BRP-inschrijving

Als uw gast langer dan vier maanden in Nederland zal verblijven, moet hij zich registreren bij de gemeente waarin hij woont. Dit is een verplichte procedure, ongeacht de nationaliteit van uw gast. Als uw gast binnen Nederland verhuist, moet hij de nieuwe gemeente hiervan op de hoogte stellen.

De inschrijving vindt plaats op het stadhuis, meestal alleen op afspraak. Als uw gast zijn partner en/of kinderen ook in wil schrijven, moeten zij in persoon aanwezig zijn bij deze afspraak. Er zijn geen kosten verbonden aan de BRP-registratie.

De BRP bevat persoonsgegevens van alle inwoners van de gemeente. De informatie in de BRP is leidend voor organisaties als de Belastingdienst, de IND en de Sociale Verzekeringsbank. Dit betekent dat zij de gegevens gebruiken zoals die in de BRP vermeld staan. Zij baseren hun beslissingen op de gegevens zoals vermeld in de BRP. Het is daarom belangrijk dat uw gasten alle wijzigingen zoals een verhuizing, zo snel mogelijk doorgeven aan de (nieuwe) gemeente.

Voordat inschrijving plaats kan vinden, moet de betrokkene zich identificeren aan de hand van een geldig paspoort, een geldige Europese identiteitskaart of een ander geldig identiteitsbewijs (een Nederlandse verblijfsvergunning is ook een geldig identiteitsbewijs, een rijbewijs is geen geldig identificatiemiddel).

Het hebben van rechtmatig verblijf in Nederland is een voorwaarde voor inschrijving in de BRP.

Alleen vreemdelingen met rechtmatig verblijf kunnen recht hebben op verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen.

Uitgangspunt van de BRP is dat het betrouwbare informatie moet leveren. De informatie over personen moet gebaseerd zijn op officiële stukken waaruit de gegevens blijken. Een buitenlandse akte die wordt overlegd, moet in beginsel gelegaliseerd of van een apostille voorzien zijn. Soms moet deze ook geverifieerd zijn. Dat is vastgelegd in de legalisatie- en verificatiecirculaire. Het feit dat iemand geen documenten zoals een geboorteakte of een huwelijksakte kan overleggen, is echter geen reden om iemand niet in te schrijven. Zoals deze documenten niet zijn overgelegd kan de vreemdeling bijvoorbeeld niet in Nederland trouwen, of zijn in Nederland geboren kinderen laten registreren als zijnde zijn kinderen.

Persoonsgegevens in de BRP

De Basisregistratie personen (BRP) houdt de persoonsgegevens bij van iedereen die in Nederland woont. Ook de persoonsgegevens van Nederlanders in het buitenland staan erin (Registratie Niet Ingezetenen). In de BRP staan onder andere de volgende persoonsgegevens:

BRP vs. IND

De BRP is leidend als het gaat om het gebruik van algemene persoonsgegevens. Dit betekent dat de IND de registratie in de BRP volgt. Bijvoorbeeld in de schrijfwijze van de naam op het verblijfsdocument. Tegelijk is voor de inschrijving in de BRP het rechtmatig verblijf een vereiste. Met andere woorden, de processen van inschrijving in de BRP en de aanvraag om een verblijfsvergunning bij de IND zijn nauw met elkaar verweven. Gemeenten en de IND hebben hierover een aantal afspraken gemaakt.

Kort gezegd komt het erop neer dat de vreemdeling die eerst naar de gemeente gaat en nog geen rechtmatig verblijf kan aantonen toch een voorlopige aangifte bij de BRP kan doen. Van deze aangifte krijgt hij van de gemeente een 'Bewijs van Bekendmaking’ (BvB) in de GBA mee. Daarmee gaat hij naar de IND waar hij zijn verblijfsvergunning aanvraagt. De IND gebruikt de persoonsgegevens op dit BvB in de verwerking van de aanvraag. De IND tekent op het BvB aan dat de vreemdeling een bewijs van rechtmatig verblijf heeft en stuurt aan de gemeente het BvB retour. De gemeente kan nu de aangifte van verblijf en adres verwerken. Indien de gemeente het BvB met aantekening van de IND niet terug ontvangt dan zal de gemeente de inschrijving in de BRP moeten weigeren wegens gebrek aan rechtmatig verblijf.

In het algemeen worden vreemdelingen door de IND geadviseerd zich eerst bij de gemeente te melden. Verder is tussen de IND en de BRP afgesproken dat alvorens een vreemdelingendocument (verblijfspasje) wordt aangevraagd er eerst een check wordt gedaan of de gegevens overeenkomen met de BRP.

Aparte route voor wetenschappelijk personeel - Gemeenten zijn echter niet verplicht de beschreven procedure te volgen. In de praktijk is het veelal gebleken dat het praktisch is om eerst het verblijfsrecht te regelen voordat de inschrijving in de BRP plaatsvindt. De afgelopen jaren is daarom in de praktijk een andere route ontstaan voor buitenlandse studenten en wetenschappelijk personeel. In tegenstelling tot de reguliere vreemdeling wordt bij hen de aanvraag om een verblijfsvergunning verzorgd door het bedrijf of de instelling. Bij toepassing van één van de versnelde adviesprocedures stuurt de IND na ontvangst van de aanvraag binnen enkele dagen een ontvangstbevestiging. Hiermee kan de arbeidsmigrant zich bij de GBA melden. In veel gevallen kan de arbeidsmigrant zijn inschrijving in de GBA direct definitief in orde maken omdat de ontvangstbevestiging geaccepteerd wordt als bewijs van het rechtmatig verblijf. Dit maakt een voorlopige inschrijving bij de gemeente overbodig.

Meer informatie over BSN, BRP, RNI en DigiD (English).

 

 

Legalisatie

Hoe een document kan worden gelegaliseerd wordt beschreven op de Engelstalige site voor onderzoekers. Als u als werkgever te maken heeft met een gelegaliseerd document dat u moet nakijken, dan is het belangrijk dat er of een apostille op staat, óf een stempel van de Nederlandse consulaire dienst (de stempel met de twee leeuwen). Ook moet het document vertaald zijn door een beedigd vertaler naar één van de officiele talen: Engels, Nederlands, Frans, Duits.  

 

Op de Engelstalige pagina's staat meer informatie over:

  • Ambassades
    • Dit is met name relevant als de gast een Schengenvisum of MVV moet aanvragen.
  • Legalisatie
    • Sommige documenten moeten gelegaliseerd zijn om in Nederland gebruikt te kunnen worden. Dit is meestal niet van toepassing op de immigratieprocedure. Het komt vaker voor bij inschrijving bij de gemeente (gelegaliseerde geboorteakte) en bij familie-aangelegenheden (trouwen, geboorte van een kind).

BACK TO Information for employers