Een Marie Curiebeurs bevat verschillende geoormerkte ‘allowances’. Daarmee kunnen onder andere extraterritoriale kosten worden gedekt. Mag er dan nog wel een 30%-regeling worden toegepast op het salaris?
Twee allowances binnen een Marie Curie beurs zijn specifiek bedoeld om de zogenoemde extraterritoriale kosten van de fellows te vergoeden. Het gaat om de mobility allowance, die alle extra kosten vergoedt die een fellow maakt door tijdelijk in een ander land te wonen, en om de travel allowance, die de reiskosten naar thuis vergoedt.
U mag de 30%-regeling toepassen bij Marie Curie Fellows, maar dan moet u wel opletten dat bepaalde kosten niet dubbel onbelast vergoed worden. De mobility allowance en de travel allowance dekken namelijk beide kosten die ook onder de 30%-regeling vallen. U kunt dus niet op het salaris de 30%-regeling toepassen en daarnaast een mobility allowance en/of travel allowance uitkeren.
Wel kunt u de mobility allowance en de travel allowance naast de living allowance gebruiken om het salaris van te betalen. Over dit salaris kunt u dan de 30%-regeling toepassen. Met dat salaris moet de fellow dan vervolgens wel alle extra kosten voor het verblijf in Nederland – de extraterritoriale kosten – uit eigen zak betalen. In de meeste gevallen is deze constructie echter voordeliger voor de fellow dan het geven van een losse mobility allowance (als dat al mogelijk is) en een losse travel allowance.
Tip: Reken de fellow voor wat het betekent als de mobility en travel allowance onderdeel is van het salaris waarover de 30%-regeling wordt toegepast: deze regeling pakt in veruit de meeste gevallen voordelig uit voor de fellow. Dit leidt waarschijnlijk tot een tevreden fellow, die snapt waarom hij of zij de extraterritoriale kosten dan zelf moet betalen.
Wilt u meer weten over Marie Curie beurzen of andere 7de kader programma's? Op de website van de nationale coordinator - Agentschap.nl kunt u hier meer over lezen.


